W-AU-t  |  

Contact  |  

Eend in film  |  

Conservatoire  |  

Het geheime 2CV prototype  |  

Wereldmeeting Zweden 2007  |  

Adverteren?  |  

U bevindt zich hier: 

>> Citroën 2CV  >> Uitstel 2CV 

Uitstel 2CV

Citroën Traction Avant of: uitstel van de 2CV

In 1934, al meer dan zeven decennia geleden dus, werd de Citroën Traction Avant geboren, na een enorme voorafgaande inspanning. De fabrieken van het merk aan de Parijse Quai de Javel werden immers in vijf maanden afgebroken en weer heropgebouwd (tussen april en september 1933) om de evolutie naar een modern productieschema te kunnen volgen. Het eindresultaat omvatte twee parallelle montagekettingen van 250m lang, die door oprichter André Citroën vanuit zijn bureau te overzien waren. Na de conversie had de industriële kathedraal een capaciteit van 1000 voertuigen per dag. Ook tijdens de werkzaamheden ging de productie door en verlieten dagelijks 250 afgewerkte wagens de montagehal.

Op 12 maart 1933 vervoegde André Lefebvre, een 40-jarige ingenieur met ervaring bij Voisin en Renault, het Citroën-team. Hij werd door André opgemerkt, het klikte, en hij werd aangesteld om een nieuw project uit te werken. “De auto van morgen, vandaag”. Lefebvre kwam met de Traction Avant op de proppen. Citroën was enthousiast en stelde een andere hypothese voor onbepaalde tijd uit. Dat was een compacte auto die op grote schaal verdeeld zou worden en voorzien was van een horizontaal geplaatste tweecilinder boxermotor; de 2CV. Later, nadat de ontwikkeling ervan door de Tweede Wereldoorlog werd onderbroken, zou het model alsnog in productie genomen worden door de opvolgers van André Citroën.

Lefebvre verzamelde een capabele entourage, met daarin onder meer Flaminio Bertoni. Een industrieel designer, schilder, beeldhouwer en uitvinder. Een artiest, die de avant-gardistische technologische inhoud van de Traction rijmde aan een koets met revolutionaire lijnen, volumes en zelfs aërodynamica. Hij tekende de Traction niet, hij boetseerde het model in klei, stelde het ontwerp voor aan André Citroën en diens echtgenote Giorgina en ontving een enthousiast akkoord.

24 Maart 1934 was de Traction Avant klaar. De revolutionaire voorwielaandrijving en de vorm waren jarenlang synoniem van Citroën. Zo was het koetswerk het eerste zonder instapdrempel. De viercilindermotor van de eerste modellen had een inhoud van 1303cc en was in staat om de berline, via een handgeschakelde versnellingsbak met drie verhoudingen te doen accelereren naar een topsnelheid van 100km/u. Andere technologisch vernuftige oplossingen waren de trommelremmen voor- en achteraan, de vering met torsiestangen voor- en achteraan en de onafhankelijke voorwielen.

De Traction bleef in productie tot in 1957. Na de “7”, kwam de “11” en de “15”, met zes cilinders, en er werden zelfs negen prototypes van een 22 CV gebouwd, met een V8 onder de kap. Uiteindelijk zouden 758.948 TA’s gebouwd worden. Daarna kwam Citroën met de “Godin van de Weg”; de DS. Ook die was het werk van Lefebvre en Bertoni.